Topkardinaal: Krachten achter ‘Grote Reset’ gebruiken corona om ‘moorddadige agenda’ te bevorderen

Begin november waarschuwde een Italiaanse aartsbisschop president Donald Trump in een brief voor de aanstaande ‘Grote Reset’. Achter deze plannen schuilt volgens Carlo Maria Vigano een wereldelite die de mensheid wil onderwerpen. Ze zijn van plan middels dwangmaatregelen de vrijheden van hele bevolkingsgroepen drastisch in te perken, aldus de aartsbisschop.

“Het doel van de Grote Reset is een gezondheidsdictatuur,” schreef Vigano in zijn brief. Nu, pakweg zes weken later, heeft ook één van de machtigste katholieken in de Verenigde Staten de aanval geopend op de elite. Kardinaal Raymond Burke haalde zaterdag tijdens zijn preek uit naar ‘seculiere krachten’ die ons ‘slaven van hun goddeloze en moorddadige agenda’ willen maken.


Kwaadaardige agenda

De voormalige voorzitter van de hoogste Vaticaanse rechtbank zei over de coronacrisis: “Dan is er nog het mysterieuze Wuhan-virus waarover de massamedia ons dagelijks tegenstrijdige informatie geven. Wel is duidelijk dat het door bepaalde krachten is gebruikt – ten koste van gezinnen en de vrijheid van naties – om hun kwaadaardige agenda te bevorderen. Deze krachten vertellen ons dat wij nu onderdanen zijn van de zogenaamde ‘Grote Reset’, het ‘nieuwe normaal’, dat ons wordt opgelegd door burgers en naties te manipuleren met behulp van onwetendheid en angst.”


Op 21 maart 2020 gaf Kardinaal Raymond Burke een verklaring vrij over het coronavirus. In zijn schrijven stelt hij dat het voor Katholieken in alle tijden, en vooral in tijden van crisis, essentieel is om toegang te hebben tot onze kerken en kapellen, tot de Sacramenten en tot publieke devoties en gebeden. Volgens hem is ons meest effectieve wapen tegen dit virus, onze relatie met de Heer doorheen gebed, boete, devotie en aanbidding. “We keren ons naar Christus, om ons te bevrijden van pest en van alle schade.” 

U kan hier een versie met NL ondertitels bekijken https://www.facebook.com/mario.o.martinez.75/videos/10222183748199335

Kardinaal Burke resideert momenteel in Italië, één van de zwaarst getroffen landen. In het begin van zijn brief beveelt Kardinaal Burke de gelovigen aan om de maatregelen van de overheden, zoals afstand houden enz., op te volgen, ten einde de verspreiding van het virus niet in de hand te werken. Verder vraagt hij te bidden voor het Italiaanse volk, en voor de patiënten en zorgverleners.

Over de gevolgen zegt Kardinaal Burke dat “om de verspreiding van het virus te bestrijden, we nu allemaal op een soort gedwongen spirituele retraite zijn.” Voor diegenen in quarantaine “is de isolatie zelfs nog erger.” Burke ziet ook de gevolgen van het virus niet over het hoofd, en noemt de “economische instorting met z’n grievende gevolgen voor individuen en families.”

Maar bij dit alles mogen we “niet vergeten dat onze eerste bekommernis onze relatie met God” is. We brengen de woorden van onze Heer in het Evangelie van Johannes in herinnering: “Indien iemand mij liefheeft, zal hij Mijn woord onderhouden, en mijn Vader zal hem liefhebben, en wij zullen tot hem gaan en bij hem inwonen.” (Joh. 14,23). Burke wijst erop dat Christus “de Heer van de natuur en van de geschiedenis” is. Hij is niet “ver weg en ongeïnteresseerd in ons en in de wereld.” Hij heeft ons belooft dat hij met ons zou zijn tot het einde der tijden. (Matt. 28,30).

“In het bestrijden van het kwaad van het coronavirus, is ons meest effectieve wapen daarom onze relatie met Christus doorheen gebed en boete, en devotie en heilige aanbidding. We keren ons tot Christus om ons te bevrijden van pest en van alle schade, en Hij laat nooit na om te antwoorden met pure en onbaatzuchtige liefde. Dat is waarom het voor ons in alle tijden en bovenal in tijden van crisis, essentieel is om toegang te hebben tot onze kerken en kapellen, tot de Sacramenten en publieke devoties en gebeden.”

“Zonder de hulp van God zijn we verloren,” zo stelt de Kardinaal. “In de geschiedenis, in tijden van pest, verzamelden de gelovigen zich in gedurig gebed en namen ze deel aan processies. In het Romeins Missaal dat door Paus Johannes XXIII in 1962 werd uitgevaardigd, zijn er in feite speciale teksten om de H. Mis te celebreren in tijden van pest: de Votiefmis voor de Bevrijding van Dood in tijden van Pest (Missae Votivae ad Diversa, n.23). En zo bidden we ook in de traditionele litanie van de heiligen: “Van plaag, hongersnood en oorlog, bevrijd ons Heer.”

Vaak vragen de mensen zich af waar God is in deze tijden van lijden en het onder ogen zien van de dood. “Maar de echte vraag is: ‘Waar zijn wij?’ Met andere woorden: God is zeker met ons om ons te helpen en ons te redden, in het bijzonder op het moment van een zware beproeving of de dood, maar wij zijn al te vaak ver van Hem vanwege ons falen om onze totale afhankelijkheid aan Hem te erkennen, en daarom dagelijks tot Hem te bidden en Hem onze aanbidding aan te bieden”, aldus Burke.

De Kardinaal zegt verder ook dat we deze calamiteit waarin we ons bevinden, niet kunnen kaderen zonder ook te overwegen hoe veraf onze cultuur verwijderd is van God. De maatschappij “is niet enkel onverschillig tegenover Zijn aanwezigheid in ons midden, maar openlijk rebels tegenover Hem, en de goede orde waarmee Hij ons heeft gecreëerd en ons onderhoudt in ons bestaan,” en hij somt alle mogelijke vormen van aanvallen op het leven op, inclusief het toenemende geweld in de maatschappij, en de toenemende impact van de zogenaamde “gendertheorie.”

En hij gaat verder: “We zijn ook getuigen, zelfs binnen in de Kerk, van een heidendom dat de natuur en de aarde aanbidt. Er zijn er binnen de Kerk die verwijzen naar de aarde als onze moeder, alsof we van de aarde kwamen, en de aarde onze redding is. Maar we komen van de hand van God, Schepper van Hemel en Aarde. In God alleen vinden we redding.”

Maar Kardinaal Burke heeft ook hoop:

“Velen met wie ik in contact sta, reflecteren over de huidige wereldwijde gezondheidscrisis met al de daarbij gaande effecten, en hebben de hoop tot mij geuit dat het ons zal leiden -als individuen en families, en als een samenleving – om ons leven te hervormen, om naar God te keren die zeker en vast ons nabij is en Die onmetelijk en oneindig is in Zijn Barmhartigheid en liefde voor ons. Er is geen twijfel over het feit dat groot kwaad zoals pest een gevolg is van de erfzonde en onze eigenlijke zonden. God, in Zijn rechtvaardigheid, moet de wanorde herstellen welke de zonde introduceert in ons leven en in onze wereld. In feite vervult Hij de eisen van rechtvaardigheid door Zijn overvloedige barmhartigheid. God heeft ons niet achtergelaten in de chaos en de dood, die de zonde introduceert in de wereld, maar Hij heeft Zijn eniggeboren Zoon, Jezus Christus gezonden, om te lijden, te sterven en te verrijzen van de doden en op te stijgen in zijn glorie, aan Zijn rechterhand, om altijd met ons te blijven, ons te zuiveren van zonde en ons te ontvlammen met Zijn liefde. In Zijn rechtvaardigheid, erkent God onze zonden en de nood om genoegdoening te brengen, terwijl in Zijn barmhartigheid, Hij over ons de genade strooit om ons te bekeren en genoegdoening te brengen.”

God keert nooit zijn rug naar ons: Hij zal nooit Zijn verbond van trouwe en altijddurende liefde met ons verbreken, hoewel we zo vaak onverschillig, koud en ontrouw zijn geweest. De Kardinaal zegt dat we ons lijden moeten verenigen met de Passie en de Dood van Christus, en zoals Sint-Paulus zegt, “vervolledigen wat aan Christus’ lijden ontbreekt, voor het welzijn van Zijn Lichaam, dat is de Kerk” (Kol. 1,24).

De Kardinaal maakt ook duidelijk dat hij niet akkoord is met de maatregelen om de gelovigen de toegang tot de HH. Sacramenten te ontzeggen. Hij geeft enkele mogelijkheden: vele kerken zijn zeer groot, dus kan een groep gelovigen perfect de H. Mis bijwonen met voldoende afstand van elkaar; in de biechtstoel kan men op het scherm dat de biechteling van de biechtvader scheidt, een doek hangen dat behandeld is met ontsmettingsmiddel, enz… Er zijn mogelijkheden genoeg.

De Kardinaal beveelt de gelovigen ook aan om een H. Hartbeeld centraal te stellen in huis. “Indien de beeltenis van het Heilig Hart van Jezus, samen met de beeltenis van het Onbevlekt Hart van Maria nog niet ‘geïntroniseerd’ werd in jullie huizen, dan is dat nu het moment om dat te de doen. [in de oude Missalen staan vaak intronisatiegebeden, nvdr]. De plaats van de beeltenis van het Heilig Hart is voor ons een klein huisaltaar, waar we bijeenkomen, bewust van Christus’ aanwezigheid onder ons doorheen de uitstorting van de H. Geest in onze harten, en het plaatsen van onze vaak zo arme en zondige harten in Zijn glorievol doorboord Hart – altijd open om ons te ontvangen, ons te genezen van onze zonden en ons te vullen met goddelijke liefde.3

Maar, indien dit toch niet mogelijk blijkt, beveelt Kardinaal Burke de geestelijke Communie aan. Indien ook de biecht niet mogelijk is, verzoekt de Kardinaal om een akte van oprecht en volmaakt berouw op te zeggen. Deze akte maakt onze ziel ook ontvankelijk voor de geestelijke Communie.

“Geestelijke Communie is een prachtige uiting van liefde voor Onze Heer in het H. Sacrament. Het zal er niet in falen om ons overvloedige genaden te schenken.”

Hij besluit door ons er aan te herinneren dat we kunnen rekenen op onze vrienden in de Hemel, de Engelen en de Heiligen.

En hij besluit met de verzekering dat hij onze intenties meeneemt in zijn gebeden en zijn boetedoening, in het bijzonder bij het opdragen van het Heilig Misoffer. En hij vraagt ook ons om hem in onze gebeden te gedenken.

Bron: LifeSiteNews

(Help ons. Deel dit artikel a.u.b.)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

achttien − twaalf =

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.