RESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT VAN 13.11.2020 OVER DE IMPACT VAN DE COVID-19 MAATREGELEN OP DE DEMOCRATIE, DE RECHTSTAAT EN DE GRONDRECHTEN VAN DE MENS

European Parliament resolution of 13 November 2020 on the impact of COVID-19 measures on democracy, the rule of law and fundamental rights.

Bij het binnenkrijgen van dit bericht moest ik even naar verse zuurstof happen …

Het EP heeft een heel krachtige resolutie goedgekeurd met allerlei aanbevelingen tov lidstaten en de commissie, waarvan ik er enkele hieronder in het geel heb aangeduid.

Ik kan het bijna niet geloven, maar ik heb het bevestigd gezien op de website van EU-parlement:

https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/TA-9-2020-11-13_NL.html#sdocta4

Ik kan het bijna niet geloven … of zie ik hier iets grandioos over het hoofd?

RESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT VAN 13.11.2020 OVER DE IMPACT VAN DE COVID-19 MAATREGELEN OP DE DEMOCRATIE, DE RECHTSTAAT EN DE GRONDRECHTEN VAN DE MENS

  • gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en andere VN-mensenrechtenverdragen en -instrumenten, in het bijzonder het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en de protocollen daarbij,

…..

  • gezien de verklaring van 19 lidstaten van 1 april 2020 waarin zij zich zeer bezorgd tonen over het risico op inbreuken op de beginselen van de rechtsstaat, de democratie en de grondrechten als gevolg van de vaststelling
    van bepaalde noodmaatregelen

….

  • gezien het brede debat met burgers, de academische gemeenschap, het maatschappelijk middenveld en de samenleving als geheel over de impact van de COVID-19-maatregelen op de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten

A. overwegende dat de COVID-19-pandemie overal in de EU leed heeft veroorzaakt en de bevolking zwaar heeft getroffen; overwegende dat op veel plekken in de wereld, onder meer in de EU, een tweede COVID-19-golf gaande
is en dat regeringen nieuwe beperkende maatregelen nemen om de piek te bestrijden, met inbegrip van hernieuwde lockdown- en sanitaire maatregelen, het gebruik van maskers en hogere boetes voor overtredingen;

B. overwegende dat regeringen in de strijd tegen de pandemie noodmaatregelen moeten nemen die de rechtsstaat, de grondrechten en de democratische verantwoordingsplicht eerbiedigen en de hoeksteen moeten vormen in
alle inspanningen om de verspreiding van COVID-19 te beheersen; overwegende dat noodbevoegdheden gepaard moeten gaan met extra controles om te voorkomen dat ze als voorwendsel worden aangegrepen om de machtsverhoudingen meer permanent te wijzigen; overwegende
dat maatregelen van regeringen noodzakelijk, evenredig en tijdelijk moeten zijn; overwegende dat noodbevoegdheden het risico van machtsmisbruik door de uitvoerende macht met zich meebrengen en het risico dat ze ook na de noodtoestand deel blijven uitmaken
van het nationale rechtskader, en dat bijgevolg moet worden gezorgd voor passend parlementair en rechterlijk toezicht, zowel intern als extern, en voor tegenwichten om dit risico te beperken;

D. overwegende dat een aantal EU-lidstaten de noodtoestand(28) heeft afgekondigd op basis van hun grondwet(29), hetgeen in sommige gevallen juridisch problematisch is, en dat andere lidstaten noodbevoegdheden uit
hoofde van het gemene recht(30) of gewone wetgeving(31) hebben gebruikt om snel beperkende maatregelen te nemen ter bestrijding van de COVID-19-epidemie; overwegende dat deze maatregelen een impact hebben op de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten,
omdat ze van invloed zijn op de uitoefening van individuele rechten en vrijheden, zoals het vrije verkeer, de vrijheid van vergadering en vereniging, vrijheid van meningsuiting en informatie, de vrijheid van godsdienst, het recht op een gezinsleven, het recht
op asiel, het beginsel van gelijkheid en non-discriminatie, het recht op privacy en gegevensbescherming, het recht op onderwijs en het recht op werk; overwegende dat deze maatregelen ook een impact hebben op de economieën van de lidstaten;

E. overwegende dat het functioneren van de democratie en de democratische controles gevolgen ondervinden wanneer een noodsituatie op gezondheidsgebied leidt tot verschuivingen in de bevoegdheidsverdeling, bijvoorbeeld
wanneer de uitvoerende macht nieuwe bevoegdheden kan krijgen om individuele rechten te beperken en bevoegdheden kan uitoefenen die gewoonlijk zijn voorbehouden aan de wetgevende macht en de lokale overheden, en daarbij de rol van parlementen, de rechterlijke
macht, het maatschappelijk middenveld en de media, alsook de activiteiten en participatie van burgers, aan banden legt; overwegende dat er in de meeste lidstaten geen specifieke beperkingen zijn opgelegd aan de rechterlijke macht, maar dat de lockdownmaatregelen
het voor rechtbanken bijna onmogelijk hebben gemaakt om normaal te opereren;

F. overwegende dat intern rechterlijk toezicht, aangevuld met extern toezicht, nog altijd van fundamenteel belang is, aangezien het recht op een eerlijk proces en op doeltreffende voorzieningen in rechte van toepassing
blijft tijdens de noodtoestand, zodat personen die door de noodmaatregelen worden getroffen, op doeltreffende wijze in beroep kunnen gaan indien de overheid ingrijpt in hun grondrechten en om te garanderen dat de uitvoerende macht zijn bevoegdheden niet te
buiten gaat;

I. overwegende dat vertrouwen in het optreden van regeringen en staten van het allergrootste belang is om steun te krijgen voor de genomen noodmaatregelen en om die uit te voeren; overwegende dat transparante, op
wetenschap gebaseerde en democratische besluiten alsook een dialoog met en de betrokkenheid van de oppositie, het maatschappelijk middenveld en belanghebbenden, van fundamenteel belang zijn om dit te bewerkstelligen in een democratie;

J. overwegende dat de Commissie gedurende de crisis heeft toegezien op de door de regeringen van de lidstaten genomen noodmaatregelen; overwegende dat Commissievoorzitter Ursula von der Leyen op 31 maart 2020 heeft
gezegd dat alle noodmaatregelen beperkt moeten blijven tot wat noodzakelijk en strikt evenredig is, dat zij niet voor onbepaalde tijd mogen gelden, dat de regeringen ervoor moeten zorgen dat deze maatregelen regelmatig worden getoetst, en dat de Commissie
in alle lidstaten in een geest van samenwerking nauw zal toezien op de toepassing van noodmaatregelen(33); overwegende dat commissaris Didier Reynders op 26 maart 2020 een vergelijkbare verklaring gaf;

L. overwegende dat de Commissie van Venetië aanbeveelt om afkondigingen of maatregelen zonder specifieke aflooptermijn, met inbegrip van afkondigingen en maatregelen die pas worden opgeschort zodra de uitzonderlijke
situatie voorbij is, niet te beschouwen als wettig wanneer de situatie niet regelmatig wordt geëvalueerd(36);

M. overwegende dat noodmaatregelen niet mogen discrimineren en dat regeringen de noodwetgeving niet mogen aangrijpen als voorwendsel om de grondrechten te beperken; overwegende dat regeringen ook een reeks aanvullende
maatregelen moeten nemen om de mogelijke negatieve gevolgen van deze maatregelen op het leven van de mensen te verminderen;

S. overwegende dat de vrijheid van vergadering en vereniging belangrijke hoekstenen van de democratie zijn; overwegende dat de mogelijkheid om deze rechten uit te oefenen in de meeste lidstaten is beperkt als gevolg
van de noodzakelijke sociale-afstandsregels en voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de volksgezondheid; overwegende dat sommige lidstaten hebben besloten bijeenkomsten toe te staan die voldoen aan de sociale-afstandsregels, terwijl andere deze helemaal
hebben verboden; overwegende dat in sommige lidstaten controversiële wetten en maatregelen zijn overwogen die geen verband hielden met de noodtoestand, zonder dat de burgers vrij konden demonstreren;

T. overwegende dat de vrijheid van meningsuiting in een aantal lidstaten is beperkt onder het voorwendsel van bestrijding van desinformatie; overwegende dat mensen die zich kritisch hebben uitgelaten op sociale media
zijn gearresteerd omdat zij angst zouden zaaien of het publiek in gevaar zouden brengen;

X. overwegende dat de lidstaten klokkenluiders tijdens de COVID-19-crisis en daarna moeten beschermen, aangezien die bescherming een krachtig instrument is gebleken in de bestrijding en voorkoming van acties die het
publieke belang ondermijnen(40);

Y. overwegende dat sommige lidstaten onevenredig repressieve maatregelen hebben genomen om de beperkingen te handhaven, zoals de strafbaarstelling van overtreding van de lockdown- en quarantaineregels met hoge boetes
en een permanent strafblad tot gevolg

Z. overwegende dat de rechtsstelsels hinder ondervinden van de algemene beperkingen, in het kader waarvan vele rechtbanken tijdelijk zijn gesloten of hun activiteit hebben teruggeschroefd, waardoor soms achterstanden
of langere wachttijden voor zittingen ontstaan; overwegende dat de procedurele rechten van verdachten en het recht op een eerlijk proces onder druk staan, aangezien de toegang tot advocaten is bemoeilijkt door de algemene beperkingen en rechtbanken in toenemende
mate gebruikmaken van onlinezittingen;

AA. overwegende dat maatregelen ter bestrijding van de pandemie die het recht op privacy en gegevensbescherming inperken altijd noodzakelijk, evenredig en tijdelijk moeten zijn en moeten bogen op een solide rechtsgrondslag;
overwegende dat nieuwe technologieën een belangrijke rol hebben gespeeld in de bestrijding van de pandemie, maar tegelijkertijd grote nieuwe uitdagingen en punten van zorg met zich mee hebben gebracht; overwegende dat de regeringen van sommige lidstaten hun
burgers op buitengewone wijze in de gaten houden door middel van drones, met camera’s uitgeruste surveillancewagens van de politie, locatiegegevens van telecomaanbieders, politie- en militaire patrouilles, de monitoring van verplichte quarantaine middels politiebezoeken
aan huis of verplichte meldingen via een app; overwegende dat sommige lidstaten apps hebben geïntroduceerd die contacten traceren, terwijl er geen consensus bestaat over de doeltreffendheid en niet altijd gebruik wordt gemaakt van het meest privacyvriendelijke,
decentrale systeem; overwegende dat de heropening van de publieke ruimten in bepaalde lidstaten gepaard is gegaan met de verzameling van gegevens door middel van verplichte temperatuurcontroles en vragenlijsten en de verplichting om contactgegevens te delen,
waarbij de verplichtingen uit hoofde van de algemene verordening gegevensbescherming niet altijd in acht zijn genomen;

AE. overwegende dat kinderen door de lockdownmaatregelen een onevenredig groot risico lopen op sociale en economische uitsluiting en een verhoogd risico lopen op schendingen van hun grondrechten als gevolg van misbruik,
geweld, uitbuiting en armoede; overwegende dat het huiselijk geweld in veel lidstaten is toegenomen als gevolg van de lockdownmaatregelen; overwegende dat vrouwen en meisjes(42), kinderen en LHBTI+-personen een onevenredig groot risico lopen tijdens lockdowns,
aangezien zij gedurende een lange periode kunnen worden blootgesteld aan misbruikers en kunnen worden afgesneden van maatschappelijke en institutionele hulp; overwegende dat de steun voor deze kwetsbare groepen vanuit de gemeenschap ernstig is beperkt vanwege
de maatregelen die naar aanleiding van de pandemie zijn genomen;

  1. wijst erop dat
    zelfs tijdens een publieke noodtoestand de grondbeginselen van de rechtsstaat, democratie en eerbiediging van de grondrechten voorrang moeten krijgen, en dat er drie algemene voorwaarden gelden voor alle noodmaatregelen, afwijkingen en beperkingen, namelijk
    noodzakelijkheid, evenredigheid in enge zin en tijdelijkheid
    – voorwaarden die regelmatig zijn toegepast en geïnterpreteerd in de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), het Hof van Justitie van de EU (HvJ-EU) en verschillende
    constitutionele (en andere) rechtbanken van de lidstaten(47);
  2. is van mening dat uit de reacties op de crisis over het algemeen blijkt hoe sterk en veerkrachtig de nationale democratische stelsels zijn; benadrukt dat buitengewone maatregelen gepaard moeten gaan met
    intensievere communicatie tussen regeringen en parlementen; roept op tot een intensievere dialoog met belanghebbenden, onder wie burgers, het maatschappelijk middenveld en de politieke oppositie, om breed
    draagvlak te creëren voor buitengewone maatregelen en ervoor te zorgen dat die zo efficiënt mogelijk worden uitgevoerd, waarbij repressieve maatregelen worden vermeden en journalisten onbelemmerde toegang tot informatie krijgen;
  3. verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat maatregelen die de werking van democratische instellingen, de rechtsstaat of de grondrechten kunnen beperken in overeenstemming zijn met de aanbevelingen van internationale
    organen zoals de VN en de Raad van Europa, met inbegrip van de Commissie van Venetië, en van het verslag van de Commissie over de situatie van de rechtsstaat in de EU; herhaalt zijn oproep aan de lidstaten om
    de noodbevoegdheden niet te misbruiken om wetgeving door te voeren die geen verband houdt met de aanpak van de COVID-19-gezondheidscrisis teneinde het parlementaire toezicht te omzeilen;
  4. verzoekt de lidstaten:
    – te overwegen
    de noodtoestand te beëindigen of anders om de impact ervan op de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten te beperken;
    – de constitutionele en institutionele regels die in hun nationale rechtsorden van kracht zijn, te evalueren in het licht van de aanbevelingen van de Commissie van Venetië, bijvoorbeeld door over te gaan van een feitelijke
    noodtoestand op basis van gewone wetgeving naar een juridische noodtoestand op basis van de grondwet, en zo in noodsituaties betere garanties te bieden voor de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten
    – ervoor te zorgen dat, indien wetgevende bevoegdheden worden overgeheveld naar de uitvoerende macht, alle rechtshandelingen die door de uitvoerende macht worden vastgesteld, vervolgens
    door het parlement moeten worden bekrachtigd en geen effect meer sorteren indien dit niet binnen een bepaalde periode gebeurt(50); het buitensporige gebruik van spoed- en noodwetgeving aan te pakken
  5. verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat de maatregelen ter handhaving van de COVID-19-maatregelen evenredig zijn; bevestigt dat de EU-grondrechten en de rechtsstaat moeten worden geëerbiedigd bij de handhaving
    van de COVID-19-maatregelen en is van mening dat de gelijke behandeling van personen in dit verband cruciaal is;
  6. verzoekt de lidstaten de door hen uitgevoerde maatregelen die het vrije verkeer hebben beperkt te evalueren, uiterste terughoudendheid te betrachten, en het EU-recht – in het bijzonder de Schengengrenscode en de
    richtlijn inzake vrij verkeer – volledig te eerbiedigen wanneer zij overwegen nieuwe beperkingen op te leggen aan het vrije verkeer;
  7. verzoekt de lidstaten om
    het recht op een gezinsleven te eerbiedigen, met name van gezinnen die in verschillende lidstaten en daarbuiten wonen en werken, en alleen strikt noodzakelijke en evenredige beperkingen toe te staan; verzoekt de lidstaten om de hereniging van door de
    COVID-19-maatregelen gescheiden koppels en gezinnen mogelijk te maken, ongeacht hun huwelijkse staat, en om geen onnodig hoge bewijslast op te leggen om de relatie aan te tonen;
  8. verzoekt de lidstaten de
    vrijheid van vergadering alleen te beperken waar dat strikt noodzakelijk en gerechtvaardigd is gezien de plaatselijke epidemiologische situatie en wanneer dat evenredig is, en het demonstratieverbod niet aan te grijpen om controversiële maatregelen te
    nemen – waaronder maatregelen die geen verband houden met COVID-19 – die een behoorlijk publiek en democratisch debat verdienen;
  9. dringt erop aan dat lidstaten zich onthouden van het vaststellen van maatregelen die een ingrijpend effect hebben op de grondrechten, zoals de seksuele en reproductieve rechten van vrouwen, vooral in een situatie
    waarin de zorgen om de volksgezondheid een gepast democratisch debat en veilige protesten onmogelijk maken waardoor demonstranten gedwongen zijn hun gezondheid en het leven van anderen in gevaar te brengen om hun rechten te verdedigen;
  10. spoort de lidstaten aan maatregelen te nemen om het recht op onderwijs tijdens deze pandemie te waarborgen; verzoekt de lidstaten in het licht van de terugkerende golven van de pandemie te voorzien in de middelen
    en in veilige randvoorwaarden om de lessen te kunnen laten doorgaan, en om ervoor te zorgen dat iedere leerling daadwerkelijk toegang heeft tot die lessen;
  11. verzoekt de lidstaten om het recht op privacy en gegevensbescherming te eerbiedigen en ervoor te zorgen dat alle nieuwe surveillance- en volgmaatregelen, die worden genomen na uitvoerig overleg met de gegevensbeschermingsautoriteiten,
    strikt noodzakelijk en evenredig zijn, een solide rechtsgrondslag en een beperkt doeleinde hebben en tijdelijk van aard zijn; verzoekt de Commissie om deze maatregelen te monitoren, met name in het licht van haar Aanbeveling (EU) 2020/518 van 8 april 2020
    over een gemeenschappelijke toolbox voor het gebruik van technologie en gegevens om de COVID-19-crisis te bestrijden en te boven te komen, met name wat mobiele applicaties en het gebruik van geanonimiseerde mobiliteitsgegevens betreft(52);
  12. wijst erop dat desinformatie het best kan worden bestreden door het recht op informatie en de vrijheid van meningsuiting te beschermen en te waarborgen door ondersteuning te bieden voor pluriforme media en onafhankelijke
    journalistiek; verzoekt de lidstaten in dit verband om de transparantie te waarborgen bij het nemen van maatregelen en om hun burgers uitgebreide, actuele, nauwkeurige en objectieve informatie en gegevens te verstrekken over de volksgezondheidssituatie en
    de maatregelen die zijn genomen om deze te beheersen, en om in het geweer te komen tegen desinformatie die als doel heeft wetenschappelijke kennis over gezondheidsrisico’s in diskrediet te brengen of te verdraaien en die gericht is tegen regeringsmaatregelen
    die gerechtvaardigd zijn in de strijd tegen de verspreiding van COVID-19; verzoekt de lidstaten dit laatste te doen op een evenwichtige manier en er alles aan te doen om daarbij geen afbreuk te doen aan de vrijheid van meningsuiting en zonder journalisten,
    gezondheidswerkers of anderen monddood te maken door middel van strafbaarstelling of onevenredige sancties;
  13. verzoekt de lidstaten om in voorkomend geval onafhankelijke deskundigen op het gebied van de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten te betrekken bij de besluitvorming; verzoekt de lidstaten om bij het nemen
    van nieuwe maatregelen de expertise van een breed scala aan deskundigen en belanghebbenden te benutten en hen proactief te raadplegen, met inbegrip van nationale mensenrechteninstellingen, ombudsinstanties en het maatschappelijk middenveld;
  14. verzoekt de Commissie om spoedig een onafhankelijke en uitgebreide evaluatie te laten verrichten van de maatregelen die tijdens de “eerste golf” van de COVID-19-pandemie zijn genomen, om lessen daaruit te trekken,
    beste praktijken te delen en de samenwerking te versterken, en ervoor te zorgen dat de maatregelen die tijdens latere golven van de pandemie worden genomen doeltreffend, gericht en goed onderbouwd zijn op basis van de specifieke epidemiologische situatie,
    strikt noodzakelijk en evenredig zijn, en een beperkte impact hebben op de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten; is verheugd over het feit dat het eerste jaarverslag van de Commissie over de rechtsstaat een eerste beoordeling van de COVID-19-maatregelen
    van de lidstaten bevat; verzoekt de Commissie en de Raad te onderhandelen over een interinstitutioneel akkoord inzake een doeltreffend monitoringmechanisme voor de rechtsstaat, de democratie en de grondrechten, overeenkomstig de oproep in zijn resolutie van
    7 oktober 2020 over de instelling van een EU-mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten, teneinde de situatie in alle lidstaten nauwkeurig en eerlijk te beoordelen en bij te dragen tot een betere bescherming van de rechtsstaat en van de Uniewaarden
    tijdens uitzonderlijke situaties zoals de huidige pandemie;
  15. herhaalt zijn verzoek aan de EU-instellingen en de lidstaten, zoals geuit in zijn resolutie van 10 juli 2020 over de EU-strategie voor volksgezondheid na COVID-19(57), om de juiste lessen te leren uit de COVID-19-crisis
    en veel nauwer te gaan samenwerken op het gebied van gezondheid, gezien de enorme moeilijkheden waar burgers tijdens de pandemie op stuitten bij het waarborgen van hun lichamelijke en geestelijke gezondheid, onder meer door een Europese gezondheidsunie op
    te richten;
  16. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en
    de Verenigde Naties.

Ik ben zeer gelukkig dat het Europees Parlement oog heeft voor de fundamentele rechten en vrijheden van de mens waaronder het recht van vrije meningsuiting, de vrijheid van verkeer, goederen en personen, het recht
van vereniging, het zelfbeschikkingsrecht, het recht op onderwijs..;

Ik ben nog meer gelukkig dat het Europees Parlement benadrukt dat vrijheidsbeperkende maatregelen legitiem, noodzakelijk en proportioneel moeten zijn ten opzichte van de situatie die zich voordoet en zij aan de kaak
stelt dat en welke buitenproportionele maatregelen er door bepaalde overheden getroffen zijn..

De Resolutie van het Europees Parlement is niet bindend voor de federale regering, de Vlaamse, Waalse en Brusselse regeringen maar… als deze regeringen de zeer omstandig gemotiveerde en gefundeerde verzoeken van
het Europees Parlement met kennis van zaken naast zich neerleggen, handelen zij in strijd met de Grondwet, het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en de grondbeginselen van onze democratische rechtstaat en kunnen zij niet meer beweren dat zij handelen
in het belang van de bevolking ( en dit geldt ook voor elke individuele politieker die deel uit maakt van deze regeringen ).

Pro memorie : deze Resolutie dateert van 13.11.2020 en is al 10 dagen gekend door alle beleidsmakers en … de media ongetwijfeld ook. Waarom hebben wij daar nog niets over gehoord ?

Zouden wij er ooit iets over horen als ik deze Resolutie niet in mededeling zou ontvangen hebben ?

In het regeerakkoord van de regering Vivaldi staat uitdrukkelijk dat zij meer transparant zal zijn en de communicatie beter moet.

Dit engagement wordt niet nageleefd.

De transparantie en communicatie door de huidige regering is nog schrijnender dat tijdens regering Wilmès I en II.

https://www.europarl.europa.eu/…/TA-9-2020-0307_NL.html.
(Help ons. Deel dit artikel a.u.b.)