Getuigenis F uit Berchem: “Ik wil dood, ik voel mij een slachtoffer van de maatregelen”

Het is donderdag 12 maart 2020. Er bereiken ons berichten dat er maatregelen nodig zijn om een curve vlak te maken. Ik ben intussen in het woonzorgcentrum papieren aan het ondertekenen dat ik geen medische hulp meer wens voor de vrouw van wie ik bewindvoerder ben. Zij werd net ontslagen uit het ziekenhuis en dat maakte haar alweer slechter. Zij ligt kreunend in bed, communicatie is niet meer mogelijk.
De volgende dagen loop ik rond met mijn gsm aan mijn lijf gekleefd. Want mensen horen niet alleen te sterven. Dat zeg ik telkens ik naar het wzc bel. Als bij wonder herstelt de dame opnieuw. Ze kreeg weliswaar een serieuze knak, ze kan nu niet meer stappen. Ze brengt haar dagen vastgeketend in een rolstoel door.
Het is vrijdag 13 maart. We komen samen met onze vriendengroep. We zien de humor van de situatie nog wel in. We besluiten ’s zondags opnieuw samen te komen, bij mij thuis. Ik organiseer een salsafeestje, nu we niet meer kunnen gaan dansen.
Dansen definieert mij. Ik heb een geschiedenis van depressie. Dansen is één van de weinige dingen die mij er terug bovenop krijgen. Ik was het jaar goed gestart. Ik had een ritme gevonden van minstens twee keer per week te gaan dansen. Dat deed me ontzettend veel deugd. Het gaat bij salsa dansen niet alleen om het dansen. Het gaat zeker ook om het sociale gegeven. Op zo’n feestjes ontmoet je andere dansers, dans je met onbekenden, drink je iets, sla je een praatje.
Het is zaterdag 14 maart. Mijn partner is ziek. Een griepje, denken we. Ik stuur hem naar zijn huis, zodat ik in het onze mijn dansfeestje kan laten doorgaan. Ik neem wel mijn verantwoordelijkheid: ik informeer mijn vrienden over het ziek zijn van mijn partner. Want, als hij ziek is, ben ik dat misschien ook, zonder het te weten.
Het is zondag 15 maart. Eén voor één bellen mijn vrienden af. “Om op veilig te spelen.” Ik breek. Ik voel dat ik dit leven niet wil. Ik wil kunnen leven. Ik wil niet dat me allerlei dingen worden afgepakt. Ik laat mijn partner weten dat ik ervoor kies om uit dit leven te stappen.
Tegen de avond staat mijn partner hier, met de politie. Ik word verplicht om in een ziekenwagen te stappen. Men meet mijn temperatuur: 37,2 graden. Ik vorm geen risico. Zelf weet ik dat ik koorts heb. Mijn normale lichaamstemperatuur is 36,4 graden. Maar goed, dat ga ik niet zeggen.
De agenten babysitten terwijl we wachten op de psycholoog die gaat bepalen of ik verplicht opgenomen moet worden. Intussen stuurt mijn vriendin mij een bericht. Niemand is op de hoogte van waar ik ben, maar ik ben zo angstig en boos. Dus ik vertel het haar. Daar heb ik spijt van.
Er komt geen psycholoog, wél een spoedarts. Intussen is mijn enige doel niet opgesloten worden, dus ik leg uit dat dit een reactie is op de maatregelen. Die uitleg wordt als plausibel ervaren. Ik mag vertrekken. Ik ga te voet naar huis, de politie staat in mijn straat te kijken of ik werkelijk naar huis ben gegaan. Thuisgekomen zet ik me aan de rum. Ik ben woedend! Ik neem mijn partner zijn gsm af, ik bedreig hem. Ik slaap niet. Ik huil, ik drink. Een dag later werk ik, alsof er niets aan de hand is. Ik werk, van thuis uit. Ik ben leraar in een buitengewone school. Wat een ramp is dit voor onze leerlingen die al zo kwetsbaar zijn.
Wekenlang ben ik zeer angstig voor de politie. Ik zie ze door onze straat rijden en ik panikeer. Wekenlang ben ik ook razend op mijn partner. Hij heeft me echt verraden! Ik vind het niet oké dat we geen zelfbeschikkingsrecht hebben. Ik vind het niet oké dat mensen niet mogen beslissen om uit het leven te stappen.
Ik ben ook woedend op mijn vriendin. Want zij zegt aan mijn partner dat ze het niet oké vindt dat ik niet werd opgesloten. Zij vertelt ook aan enkele andere vriendinnen wat er gebeurde die 15de maart. Ik zit nu helemaal geïsoleerd, in boosheid en onmacht.
Het wordt paasvakantie. Nadien zullen de scholen terug openen. Oh nee, toch niet! Men verlengt de maatregelen waarvan ik de effectiviteit al in twijfel begin te trekken. Want ik voel hoe ik zelf steeds meer wegglijd, en ik ga ervan uit dat ik niet de enige ben.
Onze school opent niet meer opnieuw, behalve voor de leerlingen die moeten afstuderen. Ik geef les aan die groep. Eén namiddag per week mag ik fysiek naar school. We dragen allemaal een mondmasker, we zitten allemaal in ons eigen afgetekend vak. En dat terwijl ik niet geloof in frontaal lesgeven. Ik geloof in samenwerken, samen leren.
Arm, arm onderwijs.
Ik werk nog harder dan ik al werkte. Mijn werkdagen beginnen om 7:30 en eindigen om 23:30. Feestdagen, weekenddagen, ze zijn allemaal hetzelfde. ’t Is niet dat we echt iets anders kunnen doen. Ik probeer enkele keren een online salsafeestje te organiseren. Maar na een half uur zit ik al in een hoekje te huilen. Ik wil dit niet!
Ik overleef tot aan de zomervakantie. Deze zomer zou ik nog eens in België blijven. Ik reis heel graag en zoveel mogelijk. Maar ik vind Belgische zomers ook wel fijn. Ik had tickets voor drie festivals. Daarnaast was mijn plan om heel veel te gaan dansen. Ik woon in Antwerpen. Er zijn in de zomer bijna dagelijks salsafeestjes.
Mijn partner wil al jaren eens gaan kamperen. Ik denk dat het niets voor ons is. Echter, deze zomer biedt weinig anders, dus we wagen het erop. Het doet me nog wel deugd, eigenlijk. Het doet deugd om te ontsnappen aan de waanzin.
Begin juli legt de regering een mondmaskerplicht op in winkels en de horeca. Op dat moment besluiten wij dat wij ons leven verder uitbreiden naar Nederland. We gaan enkele keren kamperen, in Nederland. Daar doen ze tenminste nog een beetje normaal! We kunnen er zorgeloos winkelen en op restaurant gaan. Er worden hier en daar zelfs al opnieuw salsafeestjes georganiseerd!
Onze vrienden blijven bang. Of ze blijven bang wanneer ik iets organiseer. Ik weet het niet. Zo voelt het wel. Want in de zomer komen we twee weekends achter elkaar samen met een vijftiental mensen. We drinken, eten, dansen, roken waterpijp. Maar wanneer ik het weekend daaropvolgend iedereen uitnodig om mee te gaan kamperen in Groningen, wil plots niemand mee omdat de regels opnieuw strenger werden.
Intussen begin ik ook na te denken over terug naar school. Ik slaag erin om een ganse zomer geen mondmasker te dragen, met uitzondering van mijn bezoekjes in het woonzorgcentrum. Ik voel dat mijn energiepeil nog steeds erg laag is. Ik hoor hetzelfde van collega’s. Hoe konden we opladen?
Ik bedenk me dat ik te ongelukkig ben om te gaan werken. Anderzijds zie ik het nut er niet van in om me te laten thuis schrijven. ’t Is niet dat ik daar beter van zal worden. Ik besluit half augustus dat ik van job wil veranderen. Het liefst zou ik een jaartje in de horeca gaan, was het niet dat je daar ook ganse dagen met een mondmasker moet rondlopen. Neen, bedankt.
Ik word aangenomen in een ondersteuningsnetwerk. Ik ga mijn opgedane ervaring in het buitengewoon onderwijs inzetten in het regulier onderwijs. Tijdens de eerste negen weken van dit schooljaar kom ik op 6 verschillende scholen. Ik kom dagelijks in contact met tientallen mensen. En ’s avonds, ’s avonds mag ik me opsluiten in mijn kot. Ik mag steeds vermoeider worden, steeds depressiever worden. Ik mag ook op adem komen in een verlengde vakantie. Mooi gezegd: op adem komen. Dat is inderdaad wat ik letterlijk doe. Want ik heb terug veel migraineaanvallen. Ik kan niet anders dan het mondmasker als schuldige aanwijzen.
Ik zie graag kinderen, maar ik heb ze nooit zelf gewild. Ik vond dat we in een wereld leefden waarin het niet verantwoord is om er nog nieuw leven op te zetten. Dat vind ik nu meer dan ooit. Ik ben klaar voor een sterilisatie. Doch, momenteel is dat niet mogelijk. Want voor een ingreep in het ziekenhuis, moet ik een pcr-test laten afnemen. En ik geloof niet in die testen. Los daarvan vind ik het ook ingaan tegen mijn patiëntenrechten. Ik vind dat ik dat moet kunnen weigeren, en toch de gepaste medische hulp moet krijgen.
Het gaat niet goed met mij. Ik heb meer en meer het gevoel dat ik alleen ben. Mijn goede vrienden hebben een andere mening. Zij gaan anders om met deze situatie. Zij vinden mij roekeloos omdat ik de grens oversteek om te gaan winkelen of dansen. Zij laten zich dagelijks verder hersenspoelen door de media. Zij voeren geen eigen onderzoek.
Ik heb het gevoel dat ik niet meer leef. Ik besta gewoon. Als ik de moed zou hebben, zou ik werkelijk een einde maken aan dit leven. En daar heeft niemand iets over te beslissen. Dat is dan mijn beslissing. Maar ik heb de moed niet. Het enige dat ik doe is mezelf ziek maken. Nu ik vakantie heb, breng ik mijn dagen door in de zetel. Ik kijk een ganse dag televisie, vluchtend in een andere wereld. Ik was mezelf niet, ik poets mijn tanden niet, ik eet niet maar ik snoep, ik drink al van ’s middags alcohol, ik zit een hele dag in pyjama, ik huil.
Ik bewonder de mensen die op zoek gaan naar andere manieren van ontspanning. Maar ik ken mezelf. Ik weet dat ik dingen niet volhou als ik ze niet écht graag doe. En het feit is dat ik maar van twee sporten echt tot ontspanning kom, dat slecht twee dingen mijn hoofd even kunnen leegmaken: salsa dansen en squashen. En dansen werkt tegenwoordig ook niet meer zo goed. Want thuis dansen, zonder dat sociale gegeven, biedt me weinig. Tranen, dat biedt het me. Altijd maar huilen. Wenend opstaan, wenend gaan slapen.
Het doet me zoveel pijn dat zoveel mensen gewoon meegaan in de gekte. Het stelt me echt teleur dat zo weinig mensen voor zichzelf nadenken. Ik ken veel mensen die net als ik een diploma hoger onderwijs hebben. En toch volgen zij blindelings de maatregelen.
Toegegeven, ik heb ook schrik van onze politiestaat. Maar ik blijf wel op zoek gaan naar achterpoortjes. Wij blijven onze boodschappen doen in Nederland, zolang niemand ons daar verplicht om een mondmasker te dragen. In Nederland gaat het ook de verkeerde kant uit met de maatregelen, maar het voelt er minder agressief. Hier hangt zo’n agressieve sfeer.
Hoe kan het ook dat ik verantwoordelijk hoor te zijn voor anderen? Hoe kan het dat ik plots enkel nog voor anderen hoor te zorgen? Hoe kan ik dat doen, als ik niet meer voor mezelf mag zorgen? Het maakt me moedeloos. De moedeloosheid maakt me boos en verdrietig.
“Het is voor iedereen moeilijk.” Dat is wat ik vaak hoor tegenwoordig. Dat biedt me nu eens geen troost! Ik ben niet iedereen. Ik ben mezelf. Noem mij een egoïst. Maar nogmaals: hoe kan ik voor anderen zorgen als ik zelf zo ongelukkig ben?
Wanneer ik aan mensen vertel over de migraine en de keelpijn die het mondmasker me bezorgen, klagen ze vaak mee. Ook zij ervaren dit. Maar ja, het is voor iedereen moeilijk.
Wanneer ik praat over de onmenselijkheid van de maatregelen, klagen sommigen mee. Maar ja, het is voor iedereen moeilijk.
Ik wist echt niet dat wij mensen zo’n kuddedieren waren. Ik had het mis, blijkbaar.
Onmenselijk, inderdaad. Ik mocht tijdens de zomer mijn ‘extra grootmoeder’ in het woonzorgcentrum enkele keren een zoen geven. Ik zag haar enorm opfleuren. Gelukkig heeft ze dementie. Gelukkig. Gelukkig beseft ze niet dat deze situatie al zolang bezig is. Gelukkig is mijn eigen grootmoeder twee jaar geleden overleden. Gelukkig hoeft zij dit niet meer mee te maken.
Nu mag ik terug op afspraak op bezoek komen. Eén half uur per week. Achter een plexischerm, met twee meter afstand en een chirurgisch mondmasker. Zo’n wegwerpding dat ik blijf hergebruiken. Zij is hardhorend, dus verstaat me niet als ze mijn mond niet kan zien. Ze ziet wel goed, dus ik typ op mijn gsm en laat het haar lezen. Zij antwoordt mondeling.
Sinds twee weken hoort zij nu ook een mondmasker op wanneer ik op bezoek kom. Echt? Tot hiertoe kon ik haar nog niet bezoeken, want ze zit al voor de 3de keer in evenveel weken in quarantaine: omdat ze hoestte, omdat een medebewoner positief testte en nu omdat ook verschillende personeelsleden positief testten. Wie brengt de ziekten dan binnen in woonzorgcentra…? Juist.
Zij begrijpt dit niet. Zij begrijpt het niet. Zij begrijpt niet dat ik niet mee naar haar kamer mag. Zij begrijpt niet dat ik niet met haar naar het toilet mag gaan. Zij begrijpt de combinatie van dat scherm en mijn mondmasker niet. Zij begrijpt niet waarom ik niet dichterbij mag komen. Triestig. Laat die mensen dan toch gewoon sterven. Zij leefden hun leven. Nu zitten zij opgesloten, wachtend op hun dood. Net zoals ik.
Voor mij is de derde wereldoorlog bezig. Dit kan niet anders. Met dat verschil dat ik in een oorlog zou weten dat buitengaan mijn dood tot gevolg kon hebben. Ik zou weten dat ik het risico liep om te sterven als ik trachtte te leven. Nu loop ik alleen het risico om geld te verliezen en misschien mijn job omdat er een vermelding op mijn strafblad komt als ik me verzet tegen de absurde maatregelen. Ik zou liever gedood worden als ik probeer te leven. Dan zou ik tenminste leven.
Triestig. Triestig hoe we de generatie die nu opgroeit verpesten. Kinderen leren non-verbale taal niet meer lezen. Kinderen leven, net als ons, in voortdurende angst. Want wanneer we anderen hun gezichtsuitdrukking niet meer zien, creëert dat angst. En die jongeren die niet meer kind mogen zijn, ook zeer triestig.
Het wordt dagelijks erger. Dagelijks vijst de regering de aanpak aan. Dagelijks worden de maatregelen strikter en de straffen zwaarder. Dagelijks verminderen onze privacy en ons recht op mens zijn. Dagelijks groeit mijn doodswens.
Ik besef dat ik ooit nog spijt kan krijgen. Ik besef dat ik ziek word door dit bestaan. Geen zelfzorg meer. Mijn jaarlijkse bloedcontrole niet laten uitvoeren. Maar ik wil niet bestaan. Ik ben bang om ziek te worden en verplicht te worden om mezelf te laten verzorgen. Daarom steek ik een brief in mijn handtas dat ik géén verzorging wens. Absoluut geen. Ik wil dood. Laat mij maar sterven.
Ja, dit is grimmig. Ja, ik voel mij een slachtoffer van de maatregelen. Ja, ik weet dat ik niet de enige ben. Ja, ik meen wat ik zeg. Ik wil niet tot nog meer dingen verplicht worden. Ik wil niet verplicht worden tot behandeling. Ik vind het eigenlijk heel normaal dat ik me zo voel. Ik vind het mijn recht. Eén van de weinige rechten die ik nog heb.

(Help ons. Deel dit artikel a.u.b.)

3 gedachten over “Getuigenis F uit Berchem: “Ik wil dood, ik voel mij een slachtoffer van de maatregelen”

  • Avatar
    26 november 2020 om 18:34
    Permalink

    Beste F,
    uw woorden grijpen me naar de keel. En ik ken u niet, dus ik heb geen recht van spreken, maar alstublieft… er is altijd iemand die luistert, altijd iemand die een klein beetje, een heel klein beetje, of toch iets meer kan doen voor u. Er zijn zeker mensen waarbij u terecht kan, en ook al lijkt dat in uw nabije omgeving niet zo, dan zijn er zeker lieve, bezorgde professionele hulpverleners die hun best voor en met u zullen doen. Neem contact op met een hulporganisatie of iemand. Alstublieft, laat deze wereld u niet klein krijgen. Op een dag zult u weer dansen als tevoren!
    Een warme omhelzing.

  • Avatar
    27 november 2020 om 10:53
    Permalink

    Lieve F., wat moedig van jou om dit te delen. Je gevoelens zijn heel begrijpelijk, het is een vreselijk verwarrende en beangstigende tijd. Door deze getuigenis te delen maak jij een groot verschil, want het helpt anderen om op te staan en het inspireert om actie te ondernemen tegen deze waanzin. Een dikke dankjewel daarvoor. De moed die je hiervoor gevonden hebt, bewijst dat er nog kracht in jou zit. Misschien een piepklein waakvlammetje, maar er brandt nog een vuurtje in jou. Misschien kan het je wat hoop geven, hoop doet leven. Er is iets aan het bewegen, de mensen worden stilaan wakker, maar het gaat heel traag. Maak het zo gezellig mogelijk voor jezelf, je bent de moeite waard! Dikke knuffel, Saar.

  • Avatar
    27 november 2020 om 10:57
    Permalink

    Beste F,

    Je hebt mij volledig perplex laten zitten door je oprechte en bewuste realiteit die je momenteel ervaart. Op heel veel gebieden kan ik het met jou vinden, buiten de wens van te sterven, hoewel ik deze waanzin vaak ook niet aankan. Deze ervaring die je hier deelt is pijnlijk en confronterend, maar tegelijketijd rauw, eerlijk en helder. Het is cruw om te zeggen, maar het doet ergens deugd om een getuigenis zo helder te mogen lezen, die zo waar en intens de realiteit beleeft. Waar zijn de mensen naartoe die de essentie van het leven nog begrijpen, die de waarheid nog koesteren en respecteren? Je bent er een van! Je bent nog iemand die zaken in de juiste context ziet, je bent nog iemand met een geweten, juiste moraal, met onzettend goede, ontwikkelde emotionele intelligentie waar velen nu eens van kunnen bijleren! Weet, je bent niet alleen, er zijn nog anderen die nog gezond kunnen nadenken en voelen en vooral leven ervaren zoals ze hoort te zijn ervaren. Ik weet dat dit voor jou niet veel troost biedt op dit moment: maar je bent zeer waardevol, mensen zoals je zijn er net nodig om waarheid staande te houden, anderen doen inzien, hoe lang dit ook mag duren, dat deze onzin NIET menselijk is en ons nergens naartoe zal leiden buiten een zekere ondergang. Get yourself together. Buddha zei ooit: nothing lasts forever, this too shall pass. Je kunt nog heel veel bieden, meer zelfs nu omdat je alles zo helder ervaart ondanks je duisternis, want je ziet het licht!
    Ik wens je ontzettend veel liefde, moed en kracht toe om deze krankzinnige periode een positivere vibe te geven.
    Remember this 😉
    Magic happens when you don’t give up, even though you want to.
    The Universe always falls in love with a stubborn heart.

    Veel liefs.

Reacties zijn gesloten.