Getuigenis van Hannah Goetelen over haar moeder in het rusthuis

Help ! Mijn moeder wordt gegijzeld !!

  1.  “Uw moeder zal niet doodvallen. ’t Zal voor de maandag zijn.”

Het is de vrijdag in maart 2020 voor het WZC vanwege de Lock down sluit en ik bezoek mijn moeder rond 17u op haar kamer. Met de laatste kracht die ze nog heeft voor die dag fluistert ze: “Den dokter”. Ik kan niet uitvissen waarom ze de dokter nodig heeft maar merk wel dat haar aan parkinsonisme gebonden klachten verergerd zijn ; uitgemergelde armen en benen die uitermate verkrampt over elkaar heen liggen. Ik leg een briefje voor het personeel en bel met de vraag of de dokter kan komen op zaterdagochtend met ‘de verpleging’. “Uw moeder zal niet doodvallen,” is het antwoord, “ het zal voor de maandag zijn.” Dit zoveelste grove antwoord in een eindeloos traject van pogingen om de leefsituatie van mijn moeder te verbeteren, beneemt mij de moed om de komende eerste weken van een Lock down, die als een gifwolk op ons valt, nog te bellen naar een wellicht overbelast personeel. Elf weken lang duurt het waarin ik zonder enige informatie, zonder overleg met mijn moeder, zonder enige vraag van het WZC of wij ons moeke zelf in huis zouden kunnen nemen … gedwongen ben om te constateren hoe mijn moeder wordt opgesloten en verwijderd van haar kinderen. Eind juni is het de laatste keer dat ik mijn moeder zie. Als ik dit schrijf is het 12 november 2020 en heeft mijn moeder onlangs 10 ! dagen opgesloten gezeten als een misdadiger in wat je intussen een isoleercel kan noemen. Als mijn nichtje op mijn moeders verjaardag in april met het WZC belt, krijgt ze te horen dat haar grootmoeder haar verjaardag al goed heeft kunnen vieren … zonder familieleden … Aan het raam gaan zwaaien is ook geen optie, want ik mag me in april niet uit mijn regio verplaatsen.  Digitaal met mijn moeder communiceren is geen optie zegt mijn buikgevoel en zo bevestig later in de lente haar buurman: “Na elk digitaal contact of elke zwaaibeurt met andere familieleden, is mijn dementerende moeder nog erger overstuur dan anders.” Zo ook toen mijn broer aan het raam kwam zwaaien en zich nadien ladderzat gedronken heeft van ellende … Het is maar een oud moederke. Het is maar een bloedverwant …

Diep bewogen kijk ik hoe zorgverleners dag in dag uit psychisch en fysiek belastende taken moeten verzetten. Taken die ik als mantelzorger ook zou kunnen, maar niet mag doen. Ik breng respect en begrip op voor de situatie waarin verantwoordelijken van WZC’s zich bevinden, maar ik kan dit in mijn ogen gewetenloze pad al lang niet meer meewandelen. Vandaar deze getuigenis.

Als je familielid in de gevangenis zit moet je bovenop die ellende niet betalen. Voor mijn moeders ‘zorg’ betalen we meer dan 2000 euro per maand.

Een gezinshulp van Familiehulp vertelt me dat ze zelfs met mondmasker op niet meer mag zingen voor haar dementerende bejaarden. Zingen is zowat het enige instrument waarmee ze deze mensen kan bereiken. Zorg voor mekaar ? Het is maar een liedje…

  • In het ongewisse blijven over het lot van uw dierbare.

Aangezien broer en zussen na een eindeloos traject van stress rond de zorg voor mijn moeder in het WZC niet meer met mij communiceren, tast ik 11 weken lang in het duister over haar lot. Ik probeer via de site van het WZC info te vinden, maar daar vind ik alleen hoe je mondmaskers moet maken en dat Delhaize paaseitjes heeft geschonken. (Dit laatste is absoluut geen ondersteuning van de immuniteit, integendeel !). Hoe moet ik weten dat het WZC via mail en facebook communiceert, als ik geen facebook heb en nooit informatie via mail krijg. En ze voor de zoveelste keer een administratieve fout maken en een verkeerd mailadres gebruikten, waardoor ik dus wekenlang geen info heb … ? Er wordt voor maart 2020 ook zelden, niet of half op mijn vragen geantwoord en als er wel geantwoord wordt, vaak veel te laat na datum. Dus ik vermoed dat er nu helemaal geen ruimte meer is voor vragen en blijf tijdens de eerste Lock down op de achtergrond. Het zijn maar 11 weken … even doorzetten … het is maar buikpijn van de stress …

  • Anders krijgen we geen geld … !

Op mijn wandeling ontmoet ik een maatschappelijke assistente die in een WZC werkt. “Ja, maar mevrouw”, zegt ze. “Wij moeten dit van de overheid. Anders krijgen we geen geld. “ Dus als de overheid morgen beslist dat je met stenen moet gooien naar iemand die geen mondmasker draagt (wat nu al figuurlijk gebeurt) dan moeten wij dat ook doen ? Als de buschauffeur plots op zijn passagiers begint te schieten omdat hij zijn verstand kwijt is, dan moeten wij hem ontwapenen … Dat is verantwoordelijkheid nemen. Als ik aan de dame vraag hoe een virus wordt doorgegeven, weet ze het niet. Ze weet ook niet hoe een mondmasker werkt (of niet werkt), maar ze corrigeert wel de bezoekers van het WZC op dat vlak.

Het is vandaag 12 november en ik heb sinds einde juni geen enkel nieuws van en over mijn moeder. Behalve af en toe eens een koude mail met cijfers, die eindigt op ‘prettig weekend’.  Bezielde lichamelijkheid wordt nu weggecijferd.

  • Gelegitimeerde wreedheid.

In 2019 pikt Johan Truyen, directeur van Okra mijn kreet om hulp voor mijn moeder op en besluiten wij samen om de vele mails en verslagen die ik geschreven heb in een boek te bundelen als getuigenis naar de overheid. Er is eindelijk iemand die mij gehoord heeft in een lang traject van observeren, signaleren, aandringen en veel te veel stress rond de ontmenselijking in het WZC waardoor de familie elkaar niet meer vindt. Uiteindelijk breng ik met kerst 2019 de aangepaste drinkbekers waar we al 2 jaar om vragen zelf naar mijn moeder… Ik licht hier een tipje van de sluier op van de ontmenselijkende toestand in het WZC voor maart 2020. Vanwege de draconische maatregelen heeft Johan Truyen ook niet meer aan het geplande boekje kunnen werken en kan ik hem al maanden niet meer bereiken.

Samenspraak en een down top model in de WZC’s zoals het Zweedse Tube model zijn dringend nodig … Maar vandaag wordt heel het maatschappelijk leven top down georganiseerd. Velen rondom mij zijn dit paternalisme al zo gewoon dat ze hun schouders ophalen wanneer hun ouders of grootouders worden opgesloten en kruipen voor TV…

In april 2020 wordt mijn moeder 89 jaar. Worden de kaartjes voorgelezen ? Geraken de tijdschriften met mooie prenten die ik opstuur bij haar ? Ze heeft immers totaal niks om handen de hele dag. Omdat mij de moed ontbreekt, belt mijn nichtje om te vragen hoe het met mijn moeder gaat. Het antwoord van het personeel is: “ Ze heeft haar verjaardag al goed kunnen vieren …” Enige diepgang over hoe het werkelijk met mijn moeder gaat, wordt zoals gebruikelijk niet gedeeld. Van de enige medebewoner wiens gsm ik heb,  hoor ik later dat mijn moeder overstuur was omdat mijn broer aan het raam kwam zwaaien. Mijn moeder heeft 5 kinderen, waarvan 4 in België. Haar leven draaide psychologisch om haar kinderen. Ik noem dit gelegitimeerde wreedheid. Het zijn maar haar kinderen … 

Als de hoofdverpleger mij na een bezoek in de Babbelbox onvriendelijk duidelijk maakt dat de bewoner ‘centraal staat’ en de familie voor hem niet belangrijk is, communiceer ik dit met de directrice. Ik schrijf: “Ik begrijp nu waar ons voortdurende misverstand ligt, want mijn insteek is samenspraak.” Waarop ik als antwoord krijg: “Wat fijn dat het vertrouwen hersteld is. “  Pardon ??!! Voor mijn moeder staat haar familie centraal ! Het is maar familie …

Ik contacteer mijn raadsman. “Massahysterie”, zegt hij “ tegen die krachten ben je als enkeling niet opgewassen. “

Alhoewel er schatten van verzorgenden bij het personeel zijn en ik kleine resultaten behaald heb, (zoals een directrice die zich zichtbaar maakt sinds maart 2020) is het hele systeem van het WZC met daarbovenop de huidige perverse maatregelen zo gebouwd dat mijn moeder niet meer van mij is, er geen enkele dialoog mogelijk is over privacy, personalisering, degelijke voeding, ondersteunende medicatie.

Als ik via de media verneem dat we onze ouders stilaan terug mogen bezoeken, contacteer ik het WZC. Het is de zoveelste keer dat ik niet geïnformeerd werd omdat er een foutief mailadres gebruikt werd. Ik krijg een tiental achterhaalde mails met niet te onthouden lijstjes van maatregelen. Geen enkele persoonlijke informatie over mijn moeder. Klachtenbehandelaar en directie vinden het ook ‘erg’ dat ik geen informatie had waardoor ik mijn moeder extra mag bezoeken. Die eerste bezoekweek mag dus per uitzondering ook een ander familielid nog via de babbelbox langs gaan. Babbelbox: … een moeke met afasie en ik die slechthorend ben … ik hoor meer van wat de buren vlak naast me zeggen dan van wat mijn moeder probeert te communiceren. Ik zie wel dat ze telkens naar haar mond wijst. Na het tweede bezoek op de kamer weet ik waarom: er staan zweren op haar lippen. Ik moet lang aandringen en duidelijkheid vragen (want men wil mij naar de tandarts met haar sturen zonder dat ik weet waarom) …  vooraleer enkele dagen later de dokter constateert dat mijn moeder weer aften heeft. Hoeveel weken lang heeft ze al weer aften ? Waarom heeft niemand dit gezien en ik wel ?!! Omdat ik met haar voelend en geduldig contact maak terwijl iedereen gehaast over haar heen loopt ? Ik klaag dit nogmaals aan bij de klachtenbehandelaar. Wij formuleren samen telefonisch drie vragen waarop mevrouw me zal antwoorden. Via een sms’je vraag ik enkele weken later: “Wat maakt dat ik geen antwoord op deze vragen heb gekregen ? “ … geen antwoord …

De eerste keer dat ik terug op de kamer kom, wordt het tijdschrift dat ik de week ervoor in de wasruimte legde (de weinige verstrooiing die aansluit op mijn moeders behoefte) op de kamer gebracht en constateer ik zoals gewoonlijk een beschimmelde schuif waar mijn moeders laatste privé spullen in liggen en een beschimmelde pot waar haar gebit in bewaard wordt. Ik neem foto’s. Dit is een oud zeer, inspectie haalde niets uit, was aangekondigd … Een week voor de inspecteur langs kwam, voelde mijn moeder zich “Opperbest omdat iedereen zo lief is voor mij …”Het is maar een schuifke.

Ik werd bij het ‘onthaal’ in het WZC met een agressief gebaar naar de kop geschoten … het pistool blijkt de thermometer te zijn. Ik kaart dit ontmenselijkend gebaar aan en de volgende keer gebeurt het temperatuur meten rustiger. Ik heb telkens ‘onder’ temperatuur, wat volgens mijn eigen thermometer niet klopt … Ik mag telkens passeren. Ik ervaar dit als een inbreuk om de integriteit van mijn lichamelijkheid en mijn medische gegevens. Maar het is te nemen of te laten als ik mijn moeder wil zien.… Er was afgesproken dat mijn moeder in bed zou liggen omdat ik met een zeer onrustige moeder in een rolstoel en met kamerarrest geen blijf weet. Afspraak niet nagekomen …

Na weken geen contact met mijn moeder wordt het eerste bezoek op de kamer keer op keer verstoord door personeel dat zonder kloppen binnen en buiten loopt. Bordje aan de deur: Niet storen wordt telkens genegeerd. Het is maar een afspraak …

“Waar is Billy “?, fluistert mijn moeder ? Maar mijn hondje mag ik niet meer meebrengen. Vanwege de hygiëne … Het is maar een beschimmeld schuifke. Het is maar een hondje. Het is maar een dementerende bejaarde die opmontert door een hondje.   …

Mijn moeder heeft geen polsbandje aan. Na heel wat geharrewar en tegenstrijdige antwoorden, beweert de hoofdverpleger dat dit is omdat ‘ze toch niet meer kan bellen’. Of omdat ze teveel belt ? Ik constateer op die drie bezoeken op haar kamer dat mijn moeder – omdat ze niet kan bellen – veel langer dan wenselijk en menselijk is in haar eigen stoelgang blijft zitten. Ontmenselijkend ! Ik lig telkens wakker ’s nachts enkele dagen voor het bezoek en moet hier ook telkens van bekomen na een bezoek. De hele week heb ik stress voor dat ene bezoek. Je moet niet demoniseren …

De maat is vol als ik mijn moeder de derde keer op de kamer bezoek en haar hulpeloos maaiend vind met beide magere benen op elkaar geklemd tussen de spijlen van het bed. Dit is niet de eerste keer dat ze daarvan bont en blauw ziet. Ik neem een foto omdat ik anders toch niet geloofd word, bel het personeel en bevrijd haar zachtjes. Een fantastische, lieve verzorgende helpt mijn moeder mee uit bed. Maar ik ben verontwaardigd en communiceer dit ook met een tweede verzorgende die ongeveer een half uur na mijn aankomst spontaan binnen loopt om mijn moeder uit bed te helpen. Zo lang zou mijn moeder nog geklemd gezeten hebben als ik niet was binnen gekomen.  Die ene wandeling op de week met mijn moeder is gespannen, we zijn allebei over onze toeren. Bij aankomst na de wandeling in het WZC spreekt de hoofdverpleger mij bars aan dat ik zijn personeel van streek breng. Het verslag van de verdere communicatie zet ik op mail, met de autoritaire, paternalistische toon waarop ik aangesproken wordt erbij … Er wordt mij gevraagd van geen foto’s te nemen, want dit intimideert het personeel. Er wordt mij gezegd dat er geen oplossing is voor het gekneld zitten tussen de spijlen van het bed. De situatie en communicatie is volledig verziekt. Ik besluit een time out te nemen en het bezoek aan mijn broer en zussen over te laten. Op mijn verjaardag op 25 juli mag ik mijn moeder niet bezoeken. Het is maar een verjaardag, he.

  • Kwaliteitszorg ?

Ik vraag eind juni per telefoon aan de klachtenbehandelaar hoe we het comfort van mijn moeder nog kunnen verhogen, want de hoofdverpleger meent dat dit probleem van geklemd geraken niet op te lossen is. Kwaliteit kenmerkt zich door tijdigheid: Op 5 september ! krijg ik een mail, dat ze met mijn vragen niks meer kunnen. Ik zou toch nooit content zijn met de antwoorden. Dat klopt. Het WZC parkeert systematisch mijn vragen die gaan over de ontmenselijking die al voor februari 2020 aan de gang was. Dat pik ik niet. Maar deze laatste mail is de perfecte strategie om iemand compleet de mond te snoeren. Ook zonder mondmasker.  

  • Kwetsbare mensen beschermen.

Mijn uitgemergelde moeder van 89 jaar, wiens lijden – tegen de geest van haar wilsbeschikking in – in eenzaamheid gerokken wordt i.pl.v. dat haar kwetsbaarheid beschermd werd,  moet ik ook nog op die enige mogelijke wandeling in de week een mondmasker dragen. Terwijl zij in het rusthuis geen mondmasker moet dragen. Ik begreep dat virussen via aerosol worden overgedragen. En dat dit binnenskamers problematischer is dan in de buitenlucht. Mijn moeder heeft afasie en kan enkel nog fluisteren. Ik moet liplezen om iets van haar te verstaan. Ik ben slechthorend. Als zij een mondmasker draagt, kan ik, de rolstoel duwend helemaal niet meer met haar communiceren. Mij ontgaat de logica daarvan. Het proeft als een autistisch regime. Het is maar een wilsbeschikking …

Ik overleg nog maar eens met een bevriende arts of ik mijn moeder bij mij thuis zou kunnen verzorgen. Het blijkt voor mij een onmogelijke taak te zijn. Ik heb ernstige gewetensproblemen: ik ben gedwongen mijn moeder in de steek te laten. Zeer schrijnend.

Intussen mag ze eind juli nog maar een half uur per week bezocht worden door 1 van haar 5 kinderen, achter glas of met mondmasker maar niet meer buiten of op haar kamer. Contact in de nabijheid van je dochter wordt helemaal onmogelijk gemaakt. Dit is een gruwelijke psychische en dus fysieke marteling in haar laatste dagen. Het is maar een oud menske. We beschermen nu de zwakken.

Onze ouders worden zonder enig medezeggenschap van ons onteigend en in eenzaamheid opgesloten. Je kan toch nog moeilijk beweren dat de ravage die al maanden maatschappelijk aangericht wordt in dienst staat van de volksgezondheid. Het hele beleid is depersonaliserend. Gebaseerd op een reductionistische, hypochondrische kijk op ziekte. Zijn we dan helemaal de psychosomatiek in het geneeskundig beleid vergeten ?  Hoe moeten verzorgenden en de bewoners in WZC psychisch en fysiek gezond blijven als onze ouders op het einde van hun leven maanden opgesloten worden, verstoken van dat wat gezond maakt o.a. in de buitenlucht komen en liefdevolle relaties.

  • Wij controleren elkaar nu.

De directie stelt in het WZC mensen op aan de ingang die als gendarme moeten functioneren om de familie te controleren. Deze gendarmes weten niets over immuniteit maar volgen slaafs wat hen wordt ingefluisterd en krijgen het recht om mijn temperatuur op te lijsten en mij op de vingers te tikken als nodig. Nog meer stress: Volg ik deze krankzinnige regeltjes goed ? De focus ligt zo op een niet bestaand killervirus dat je de lachstuipen zou krijgen, ware het niet zo intriest.  

  •  Glazen kastje.

Chloor is een biocide, schadelijk voor het milieu en in onverdunde vorm schadelijk voor de ademhaling en zeker voor mensen met bestaande luchtwegproblemen. Toch lees ik in de richtlijnen voor mantelzorgers die ook door Okra verspreid worden: De kamers van personen met (een vermoeden van) COVID-19 worden best dagelijks gereinigd en ontsmet worden met een product dat actief is tegen COVID-19, bv. een chlooroplossing (javel) die aangelengd is met water volgens onderstaande tabel.  … Als ik dit probleem aankaart bij het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid die dit advies aan Okra geeft, krijg ik geen antwoord. Was de basis van de microbiologie niet het milieu versterken i.pl.v. de bacterie of het virus bestrijden ?

Foute, angst inducerende informatie is taai. Het haakt in op onze existentiële overlevingsreflexen. Vandaar de heftige reacties en de vele zwijgende mensen, die hier terecht voor op hun hoede zijn.

Synthese: The wisdom is lost in knowledge ! (Eliot)

Wie slaapt in een (schijn)democratie wordt wakker in een dictatuur.

Uit naam van al de mijnen

Hannah Goetelen

(Help ons. Deel dit artikel a.u.b.)

2 gedachten over “Getuigenis van Hannah Goetelen over haar moeder in het rusthuis

  • 16 november 2020 om 10:10
    Permalink

    Geachte mevrouw Goetelen,
    Beste Hannah,

    Gisterenavond heb ik uw schrijnend en uiterst beklijvend verhaal gelezen. Een schok van herkenning. Mijn eigen moeder is inmiddels zes jaar geleden overleden in een WZC van het Zorgbedrijf Antwerpen. Ze was 84, had uiteraard ouderdomskwaaltjes maar was verder gezond. Toen ze in 2014 samen met mijn vader verhuisde naar een WZC takelde ze zienderogen af. Nauwelijks 5 maanden later is ze overleden in omstandigheden waarover de familie tot op heden in het duister tast. Ze kon de sfeer in het WZC, de voortdurende betutteling, het gebrek aan respect bij sommige (niet alle) leden van het personeel maar vooral bij de directie en de vaste dienstdoende arts niet aan. Ze sprak zich daar ook open over uit en dat werd haar niet in dank afgenomen.
    Mijn vader bleef (helaas) in het WZC wonen. Toen begonnen de problemen pas echt. Ik bespaar u alle details (het zijn er veel) maar het is een jarenlange strijd geweest tegen het WZC en zijn medewerkers, vooral de directie en, in laatste instantie, zelfs de algemeen directeur van het Zorgbedrijf, de heer Johan De Muynck. De heer De Muynck, een uiterst arrogante man wie ieder gevoel van menselijkheid laat staan empathie vreemd is, voerde een nieuw “zorgmodel” in waardoor “de bewonerstevredenheid zou (sic!) toenemen”. Hij kwam o.a. met het geniale maar God zij dank nooit gerealiseerde idee om hoogbejaarde mensen uit te rusten met tablets. Op dit soort geweldige vondsten zat iedereen namelijk te wachten. Wat wil je met een bruto jaarsalaris van 200.000 euro? Met daarbovenop nog een bonus van 30 procent van zijn wedde! Kortom 260.000 euro. In Nederland heb je de “Wet normering van topinkomens (WNT)” die regelt hoeveel topfunctionarissen in de (semi)publieke sector maximaal mogen verdienen. In 2020 is dat 201.000 euro inclusief vakantie-uitkering, eindejaarsuitkering, pensioenbijdrage, belaste onkosten, zoals een belaste reiskostenvergoeding. In België bestaat er geen bovengrens. En dan maar klagen dat er gebrek is aan middelen voor personeel.
    Vorig jaar is ook mijn vader overleden. Die laatste jaren zijn de ergste uit zijn leven geworden. Eenzaamheid, slecht voedsel, verwaarlozing, afstomping. De vele uren bezoek die hij wekelijks van zijn kinderen kreeg veranderden daaraan niets. Ik herinner me nog goed mijn verbazing toen mijn vader enkele maanden na zijn verhuizing naar het WZC plots in een rolstoel zat. Kort daarvoor werkte hij nog in de tuin en fietste nog. Onvoorstelbaar hoe mensen in zo’n WZC achteruit gaan! De hoeveelheid medicatie die hij kreeg (en waarover wij niet geïnformeerd werden) steeg exponentieel.
    Ik ben nu opgelucht (niet blij) dat hij vorig jaar gegaan is. Ik moet er niet aan denken dat mijn ouders deze corona-hysterie zouden hebben moeten meemaken. Ik kan me zeer goed in u verplaatsen. De uitzichtloze machteloosheid, de wanhoop, de liefde voor onze ouders die plots onmogelijk wordt gemaakt. De onteigening van de kind-ouderrelatie en de gezondheid van onze dierbaren door een “bedrijf” met aan het hoofd een zakkenvuller.
    Toen ik vanochtend het rapport van Amnesty International (Woonzorgcentra in de dode hoek.
    Mensenrechten van ouderen tijdens de covid-19-pandemie in België) las, was dit voor mij slechts een bevestiging van mijn eigen jarenlange perceptie.

    Ik wens u zeer veel sterkte de volgende weken en maanden.

    Het rapport van Amnesty International kan hier worden gedownload: https://www.amnesty-international.be/sites/default/files/bijlagen/amnesty_international.woonzorgcentra_in_de_dode_hoek.pdf

  • 17 december 2020 om 13:00
    Permalink

    Oei, het is vreselijk en tergt alle verbeelding dat dit mogelijk is in een land dat zich beschaafd noemt. Er bestaan misschien wel goede verzorgingstehuizen maar haal je ouders weg uit zulke tehuizen. Zet de betaling stop, dat is waarschijnlijk het enige waarop ze reageren. En bevrijd je moeder. Sterkte!

Reacties zijn gesloten.